Klopt het?, Zorg
Het eigen risico is in 2027 € 400, en het kabinet wil er in 2028 € 60 bij doen
Het eigen risico gaat in 2027 van € 385 naar € 400, de geraamde premie stijgt en het kabinet wil het eigen risico in 2028 met € 60 extra verhogen. De bewering klopt.
Wat er gezegd wordt
Het eigen risico stijgt volgend jaar naar zo'n €400. Ook de premies zullen stijgen. Het jaar daarop gooit Jetten nog eens €60 extra boven op het eigen risico.
Ons oordeel
Klopt
De bewering is juist, ook in wat ze wil zeggen.
Wat ontbreekt er?
De extra € 60 in 2028 is nog een plan. Het wetsvoorstel moet daarvoor worden aangepast, en de Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten het nog aannemen.
Vanaf 2028 wil het kabinet ook dat je per behandeling bij een medisch specialist, bijvoorbeeld in het ziekenhuis, hooguit € 150 eigen risico betaalt. Volgens de begroting van VWS betaalt een deel van de mensen daardoor minder. Bijvoorbeeld wie in een jaar één behandeling nodig heeft en weinig andere zorg.
Niet alle zorg valt onder het eigen risico. Huisartsenzorg, wijkverpleging, verloskundige zorg en kraamzorg tellen niet mee. Hoeveel je zelf betaalt, hangt dus af van de zorg die je gebruikt.
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag. Het kabinet raamt dat de maximale zorgtoeslag voor een alleenstaande stijgt van € 1.550 in 2026 naar € 1.680 in 2027.
Wat de bronnen zeggen
De minister van VWS stelde het eigen risico voor 2027 vast op € 400. Die regeling staat sinds 30 september 2026 in de Staatscourant. In 2026 is het eigen risico € 385. De stijging komt door indexering: het bedrag beweegt mee met de zorguitgaven.
Ook de premie stijgt. In de begroting van VWS voor 2027 raamt het kabinet de gemiddelde premie voor de basisverzekering op € 2.029 per jaar. In 2026 was dat € 1.879. De minister legde het bedrag van € 2.029 vast in een regeling in de Staatscourant van 29 oktober 2026. De premie die je echt betaalt, stelt je zorgverzekeraar vast.
In het coalitieakkoord spraken D66, VVD en CDA af om het eigen risico weer te indexeren en er per 2027 € 60 bij te doen. Het kabinet diende daarvoor in mei 2026 een wetsvoorstel in. In augustus besloot het kabinet die extra verhoging een jaar uit te stellen. In de begroting van VWS staat: “Het kabinet heeft besloten de verhoging van het verplicht eigen risico met € 60 uit te stellen naar 2028.”
Conclusie
Wilders noemt drie dingen, en alle drie komen overeen met de officiële stukken. Het eigen risico is in 2027 € 400, de geraamde premie stijgt en het kabinet wil in 2028 € 60 extra. Die laatste stap moeten beide Kamers nog goedkeuren.
Beloftes waar dit over gaat
- In uitvoering
- Gebroken
D66 beloofde dat het eigen risico niet hoger wordt dan € 385. In 2027 wordt het € 400 en het kabinet wil er in 2028 nog € 60 bij doen.
Waarom anders: Aangepast in het akkoord
Moeilijke woorden: Begroting Een begroting is een plan voor wat de overheid wil uitgeven en verwacht te ontvangen. De begroting van de landelijke overheid is een wet, die beide Kamers moeten goedkeuren. Lees meer over dit woord, Coalitieakkoord In een coalitieakkoord staan de afspraken van de partijen die samen een kabinet vormen. Het zegt wat het kabinet de komende jaren wil doen. Lees meer over dit woord, Wetsvoorstel Een wetsvoorstel is een plan voor een nieuwe wet of voor een verandering in een wet. Het wordt pas een wet als de Tweede en Eerste Kamer het hebben aangenomen. Lees meer over dit woord
Bronnen
Per bron is nog niet vastgelegd of die de beoordeling direct of indirect onderbouwt.
- StaatscourantStaatscourant 2026, 34372 – Regeling vaststelling verplicht eigen risico Zvw 2027 — Primaire bron.
- BegrotingKamerstuk 37020 XVI, nr. 2 – Memorie van toelichting begroting VWS 2027 — Primaire bron.
- StaatscourantStaatscourant 2026, 36979 – Regeling geraamde gemiddelde nominale premie 2027 — Primaire bron.
- KamerstukKamerstuk 36943, nr. 3 – Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel om het eigen risico te verhogen — Primaire bron.
- CoalitieakkoordCoalitieakkoord ‘Aan de slag’ (D66, VVD, CDA), pagina 54 — Primaire bron.
- OverigHandelingen Tweede Kamer 2026-2027, nr. 2, Algemene Politieke Beschouwingen (16 september 2026) — Aanvullende bron.