Beleid door de jaren, Overheidsfinanciën
Wat deed de overheid met de belasting op sparen en beleggen, en hoe veranderde dat?
Sinds 2001 betalen mensen in box 3 belasting over een vast rendement op hun spaargeld en beleggingen. Na uitspraken van de Hoge Raad kwamen er wetten voor rechtsherstel, een overbruggingsstelsel en een tegenbewijsregeling. Een wet die het werkelijke rendement belast, ligt bij de Eerste Kamer; de beoogde start is 1 januari 2028.
In cijfers
- 5Zo vaak veranderden de regels sinds 2001: ruimer, strenger, uitgesteld, teruggedraaid of afgeschaft.
- –Van geen enkele wijziging weten we nog wanneer ze voor het eerst werd aangekondigd.
- 1Eén wijziging gold met terugwerkende kracht. Zo’n wijziging geldt ook voor de tijd vóór het besluit.
Wijzigingen per kabinet: Rutte IV 3, Schoof 2.
Dit zijn de besluiten die we hebben vastgelegd. Mis je er een? Meld het hieronder. Zo tellen we
De regelingen
loopt nog gestopt al besloten, nog niet ingegaan besluit
Vermogensrendementsheffing box 3 (vast rendement 4%) Belastingregeling
Vanaf , gestopt op (16 jaar).
De Wet inkomstenbelasting 2001 ging uit van een vast (forfaitair) rendement van 4% over het vermogen boven een vrijgesteld bedrag. Daarover gold een tarief van 30%.
- StaatsbladStaatsblad 2000, 215 – Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001) — Primaire bron.
- OverigWet inkomstenbelasting 2001, tekst artikel 5.2 (versie wetten.overheid.nl) — Aanvullende bron.
Box 3 met rendementsklassen (vermogensmix) Belastingregeling
Vanaf , gestopt op (6 jaar).
Vanaf 2017 rekende de Belastingdienst met twee rendementsklassen: een laag percentage voor sparen en een hoger percentage voor beleggen. Hoe hoger het vermogen, hoe groter het deel dat als belegging werd geteld.
- StaatsbladStaatsblad 2015, 538 – Belastingplan 2016 — Primaire bron.
Wet rechtsherstel box 3 Wet
Vanaf , loopt nog (3,9 jaar).
Deze wet stelt het inkomen uit sparen en beleggen over de jaren 2017 tot en met 2022 opnieuw vast voor bepaalde groepen. De wet werkt terug tot en met 1 januari 2017.
- OverigWet rechtsherstel box 3 (wetten.overheid.nl, versie 28-12-2022) — Aanvullende bron.
Overbruggingswet box 3 Wet
Vanaf , loopt nog (3,8 jaar).
Sinds 2023 rekent de Belastingdienst met drie vaste percentages: één voor banktegoeden, één voor overige bezittingen en één voor schulden. De percentages voor banktegoeden en schulden worden na afloop van het jaar vastgesteld.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 534 – Overbruggingswet box 3 — Primaire bron.
Wet tegenbewijsregeling box 3 Wet
Vanaf , loopt nog (1,3 jaar).
Wie aannemelijk maakt dat het werkelijke rendement lager is dan het vaste rendement, betaalt belasting over het werkelijke rendement. De regeling werkt terug tot en met 2017 en 2023.
- StaatsbladStaatsblad 2025, 195 – Wet tegenbewijsregeling box 3 — Primaire bron.
- OverigWet tegenbewijsregeling box 3 (wetten.overheid.nl) — Aanvullende bron.
Alle besluiten op een rij
Kabinet-Kok II
Box 3 ingevoerd: belasting over een vast rendement van 4%
Met de Wet inkomstenbelasting 2001 kwam er een aparte belasting op sparen en beleggen. De overheid ging uit van een vast rendement van 4% van het vermogen. Daarover betaalde je 30% belasting.
Ging in op 1 januari 2001.
- StaatsbladStaatsblad 2000, 215 – Wet inkomstenbelasting 2001 — Primaire bron.
Nog 2 bronnen
- OverigWetstechnische informatie Wet inkomstenbelasting 2001 (wetten.overheid.nl) — Aanvullende bron.
- OverigWet inkomstenbelasting 2001, artikelen 2.13 en 5.2 (wetten.overheid.nl) — Aanvullende bron.
Kabinet-Rutte II
Vanaf 2017: vast rendement afhankelijk van de hoogte van het vermogen
Het Belastingplan 2016 veranderde box 3 per 1 januari 2017. Er kwamen twee rendementsklassen: 1,63% voor sparen en 5,5% voor beleggen. Hoe hoger het vermogen, hoe groter het deel dat als belegging werd gerekend. Het vrijgestelde bedrag werd € 25.000.
Ging in op 1 januari 2017.
- StaatsbladStaatsblad 2015, 538 – Belastingplan 2016 — Primaire bron.
- StaatsbladStaatsblad 2015, 538 – Belastingplan 2016, artikel 5.5 — Primaire bron.
Kabinet-Rutte III
Hoge Raad: box 3-stelsel van 2017 in strijd met het EVRM (Kerstarrest)
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het forfaitaire stelsel van 2017 in strijd is met het discriminatieverbod en het recht op eigendom. De uitspraak heet het Kerstarrest.
- KamerstukMemorie van toelichting Wet tegenbewijsregeling box 3 (Kamerstuk 36 706, nr. 3) — Primaire bron.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 534 – Overbruggingswet box 3 (aanhef) — Primaire bron.
Kabinet-Rutte IV
Besluit rechtsherstel box 3 voor bezwaarmakers
De staatssecretaris van Financiën stelde een besluit vast om het inkomen in box 3 opnieuw te berekenen voor mensen die bezwaar hadden gemaakt. Het besluit gold van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022.
Ging in op 1 juli 2022.
- StaatscourantBesluit rechtsherstel box 3 (wetten.overheid.nl, Staatscourant-besluit) — Primaire bron.
- StaatscourantBesluit rechtsherstel box 3 – ondertekening — Primaire bron.
Tweede en Eerste Kamer nemen de Wet rechtsherstel box 3 aan
De Tweede Kamer stemde op 10 november 2022 in met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer nam het voorstel op 20 december 2022 aan.
- StemmingsuitslagWet rechtsherstel box 3 (36.203) – Eerste Kamer — Primaire bron.
- StemmingsuitslagWet rechtsherstel box 3 (36.203) – stemming Tweede Kamer — Primaire bron.
Wet rechtsherstel box 3 in werking, met terugwerkende kracht tot 2017
De Wet rechtsherstel box 3 regelt hoe het inkomen uit sparen en beleggen over 2017 tot en met 2022 opnieuw wordt vastgesteld. De wet werkt terug tot en met 1 januari 2017.
Ging in op 28 december 2022.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 533 – Wet rechtsherstel box 3 — Primaire bron.
- OverigWet rechtsherstel box 3 (wetten.overheid.nl, versie 28-12-2022) — Aanvullende bron.
Overbruggingswet box 3: aparte percentages voor sparen, beleggen en schulden
Vanaf 2023 rekent de Belastingdienst met drie vaste percentages. Voor 2023 waren dat 0,01% voor banktegoeden, 5,69% voor overige bezittingen en 2,46% voor schulden.
Ging in op 1 januari 2023.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 534 – Overbruggingswet box 3 — Primaire bron.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 534 – Overbruggingswet box 3, artikel 5.2 — Primaire bron.
Belastingplan 2023: tarief box 3 van 31% naar 32%
Het Belastingplan 2023 verhoogde het tarief in box 3 van 31% naar 32%. Dat geldt vanaf 1 januari 2023.
Ging in op 1 januari 2023.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 532 – Belastingplan 2023 — Primaire bron.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 532 – Belastingplan 2023, inwerkingtreding — Primaire bron.
Belastingplan 2023: heffingvrij vermogen van € 50.650 naar € 57.000
Met hetzelfde Belastingplan ging het heffingvrije vermogen omhoog van € 50.650 naar € 57.000 per persoon. Over dat deel van het vermogen betaal je geen belasting in box 3.
Ging in op 1 januari 2023.
- StaatsbladStaatsblad 2022, 532 – Belastingplan 2023, heffingvrij vermogen — Primaire bron.
Nog 2 bronnen
- StaatsbladStaatsblad 2022, 532 – Belastingplan 2023, inwerkingtreding — Primaire bron.
- KamerstukKamerstuk 36202, nr. 3 – Memorie van toelichting Belastingplan 2023 — Primaire bron.
Belastingplan 2024: tarief box 3 van 32% naar 36%
Met het Belastingplan 2024 ging het tarief in box 3 omhoog van 32% naar 36%. Dat geldt vanaf 1 januari 2024.
Ging in op 1 januari 2024.
- StaatsbladStaatsblad 2023, 499 – Belastingplan 2024 — Primaire bron.
- StaatsbladStaatsblad 2023, 499 – Belastingplan 2024, inwerkingtreding — Primaire bron.
Hoge Raad: het geboden rechtsherstel is niet genoeg
In arresten van 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat het rechtsherstel niet voldoende was. De wet schendt het verdrag nog steeds als het vaste rendement hoger is dan het werkelijke rendement.
- KamerstukMemorie van toelichting Wet tegenbewijsregeling box 3 (Kamerstuk 36 706, nr. 3) — Primaire bron.
Kabinet-Schoof
Nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement uitgesteld naar 2028
De staatssecretaris schreef de Tweede Kamer dat het nieuwe stelsel niet per 1 januari 2027 kan ingaan. Invoering per 1 januari 2028 is volgens de brief wel haalbaar. In dezelfde brief staat dat de Raad van State op 27 november 2024 advies gaf over het wetsvoorstel.
- KamerbriefKamerbrief 13 december 2024 over box 3 (Kamerstuk 32 140, nr. 216) — Primaire bron.
- KamerbriefKamerbrief 13 december 2024 – datum en advies Raad van State — Primaire bron.
Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar de Tweede Kamer
Het kabinet stuurde het wetsvoorstel voor een heffing over het werkelijke rendement naar de Tweede Kamer. De beoogde startdatum is 1 januari 2028. Hoofdregel is belasting over vermogensaanwas; voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting.
Aangekondigd op 16 mei 2025. Dat was 0 maanden vooraf.
- KamerstukAdvies Raad van State en nader rapport Wet werkelijk rendement box 3 (36 748, nr. 4) — Primaire bron.
Nog 2 bronnen
- KamerstukKamerstuk 36 748, nr. 4 – invoering per 2028 — Primaire bron.
- KamerstukWet werkelijk rendement box 3 (36.748) – Eerste Kamer, kerngegevens — Primaire bron.
Tweede en Eerste Kamer nemen de Wet tegenbewijsregeling box 3 aan
De Tweede Kamer stemde op 12 juni 2025 in met de tegenbewijsregeling. De Eerste Kamer nam het voorstel op 8 juli 2025 aan.
- StemmingsuitslagWet tegenbewijsregeling box 3 (36.706) – Eerste Kamer — Primaire bron.
- StemmingsuitslagWet tegenbewijsregeling box 3 (36.706) – stemming Tweede Kamer — Primaire bron.
Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking
Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager is dan het vaste rendement, betaalt belasting over dat lagere werkelijke rendement. De regeling werkt terug tot en met 1 januari 2023 en voor een onderdeel tot en met 1 januari 2017.
Ging in op 19 juli 2025.
- StaatsbladStaatsblad 2025, 195 – Wet tegenbewijsregeling box 3 — Primaire bron.
- OverigWet tegenbewijsregeling box 3 (wetten.overheid.nl) — Aanvullende bron.
Tweede Kamer neemt Wet werkelijk rendement box 3 aan
De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel. Daarna ging het voorstel naar de Eerste Kamer.
- StemmingsuitslagWet werkelijk rendement box 3 (36.748) – Eerste Kamer, stand van zaken — Primaire bron.
- KamerbriefKamerbrief 6 maart 2026 (Kamerstuk 36 748, nr. 45) — Primaire bron.
Kabinet-Jetten
Kabinet wil het wetsvoorstel aanpassen richting vermogenswinst
De staatssecretaris schreef dat het kabinet onderzoekt of het wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer ligt, kan worden aangepast. Het kabinet wil daarnaast toewerken naar een vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028.
Aangekondigd op 6 maart 2026. Dat was 0 maanden vooraf.
- KamerbriefKamerbrief 6 maart 2026 over Wet werkelijk rendement box 3 (36 748, nr. 45) — Primaire bron.
Kabinet kondigt novelle aan: meer vermogenswinstbelasting en lagere vrijstelling
Het kabinet wil met een novelle de vermogenswinstbelasting per 2028 uitbreiden naar alle financiële instrumenten, en in 2030 naar de rest. Ter dekking gaat het heffingsvrij vermogen in 2027 terug naar € 30.846 en komt er per 2028 een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Ook gaat het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog.
Aangekondigd op 29 september 2026. Dat was 0 maanden vooraf.
- KamerbriefBrief 29/30 september 2026 over voorstellen box 3, koopkracht en sociale zekerheid (EK 37 020 / 36 748, B) — Primaire bron.
- KamerbriefBrief 29/30 september 2026 – dekking binnen box 3 — Primaire bron.
Novelle over vermogenswinstbelasting naar de Tweede Kamer gestuurd
Op 3 november 2026 stuurde de staatssecretaris een aanbiedingsbrief bij de novelle 'Uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3' naar de Tweede Kamer. De commissie Financiën had eerder een stemming over de novelle op 12 november 2026 geschetst.
Aangekondigd op 3 november 2026. Dat was 0 maanden vooraf.
- KamerstukAanbiedingsbrief bij derde nota van wijziging Belastingplan 2027 en novelle Uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 — Primaire bron.
- KamerstukBrief commissie Financiën over planning novelle box 3 (37020-62/2026D50097) — Primaire bron.
Bijgewerkt op .