Politiek in gewone taal

Waar komt het geld vandaan en waar gaat het heen?

In het kort

Het Rijk krijgt zijn geld vooral uit belastingen en premies. Op Prinsjesdag laat het kabinet zien wat het volgend jaar wil uitgeven, en daarna moeten de Tweede en de Eerste Kamer daarmee instemmen.

Schema: Een jaar begroting
  1. , derde dinsdag van septemberHet kabinet laat zien wat het volgend jaar wil uitgeven, in de en de begrotingen.
  2. De Kamers bespreken de De Tweede Kamer kan geld verschuiven met amendementen. Daarna stemt de Eerste Kamer.
  3. 1 januari: het begrotingsjaar begintDe ministeries geven het geld uit.
  4. Het voorjaar: de Het kabinet past de begroting aan als plannen of kosten veranderen.
  5. Mei, het jaar erna: VerantwoordingsdagHet kabinet laat zien waaraan het geld echt is uitgegeven.

Waar komt het geld vandaan?

Het Rijk krijgt zijn geld vooral uit belastingen en premies. Voor 2027 verwacht het kabinet € 481,2 miljard aan inkomsten. De grootste bronnen zijn:

  • loon- en inkomstenbelasting: € 116,4 miljard;
  • btw: € 93,5 miljard;
  • premies voor de zorgverzekering: € 65,6 miljard;
  • vennootschapsbelasting, die bedrijven betalen: € 51,3 miljard.

Waar gaat het heen?

Voor 2027 verwacht het kabinet € 516,8 miljard aan uitgaven. Dat is meer dan de inkomsten. De grootste posten zijn:

  • sociale zekerheid: € 132,4 miljard;
  • zorg: € 125,6 miljard;
  • gemeenten en provincies: € 59,7 miljard;
  • onderwijs, cultuur en wetenschap: € 58,4 miljard;
  • defensie: € 28,5 miljard.

Alle bedragen komen uit de Miljoenennota 2027 van het kabinet.

Het jaar van de begroting

  1. Prinsjesdag. Dat is de derde dinsdag van september. Op leest de Koning de troonrede voor. Daarin staan de plannen van het kabinet. Daarna biedt de minister van Financiën de Kamer de en de aan. De Miljoenennota legt de belangrijkste keuzes uit.
  2. De Kamers beslissen. Elk ministerie heeft een eigen begroting. De behandelt elke begroting als een apart . Ze kan wijzigingen voorstellen. Voor het einde van het jaar stemt de Tweede Kamer. Daarna stemt de . Die kan niets veranderen.
  3. Geld uitgeven. Vanaf 1 januari mogen de ministeries het geld uitgeven.
  4. De Voorjaarsnota. Tijdens het jaar verandert er van alles. In de laat de minister van Financiën zien hoe het ervoor staat. Die komt uiterlijk op 1 juni. Hebben ministeries meer geld nodig? Dan maken ze een aanvullende begroting. Ook daarover moeten beide Kamers stemmen.
  5. De Najaarsnota. Uiterlijk op 1 december volgt nog een overzicht: de Najaarsnota.
  6. Verantwoordingsdag. Op de derde woensdag van mei kijken de ministeries terug op het vorige jaar. Ze laten in een jaarverslag zien wat ze met het geld deden. De Algemene Rekenkamer controleert de inkomsten en uitgaven.

Een voorbeeld: Prinsjesdag 2026

Op 15 september 2026 bood minister Eelco Heinen van Financiën de Miljoenennota 2027 aan. Daarin staan de inkomsten en uitgaven hierboven.

Het kabinet verwacht dat het Rijk in 2027 meer uitgeeft dan het binnenkrijgt. De verwachte uitgaven zijn € 35,6 miljard hoger dan de verwachte inkomsten.

Wat betekent dit voor beloftes?

Veel beloftes kosten geld. Staat er geen geld voor op de begroting, dan gebeurt er vaak weinig. Daarom kijkt Beloftewijzer bij een belofte ook naar de begroting. Staat er geld voor gereserveerd, dan zie je dat bij de belofte. Prinsjesdag en de Voorjaarsnota zijn daarom belangrijke momenten om beloftes te volgen.

Moeilijke woorden op deze pagina

Bronnen

Bijgewerkt op

Feedback